|
Ex-directeur LVGS, Harry Lamberink – nieuwe directeur VGPONN
Begin 2012 werd een nieuwe
directeur benoemd binnen het VGPONN. De directeur van het
LVGS (voorheen), Harry Lamberink, werd benoemd tot de nieuwe
directeur van VGPONN. Er is een opmerkelijk verband tussen
het optreden van Lamberink binnen de LVGS en binnen het
VGPONN. In het eerste gedeelte van dit artikel worden enkele
algemene lijnen geschetst m.b.t. het gereformeerde onderwijs.
In het tweede gedeelte wordt stilgestaan bij de
ontwikkelingen binnen het Vereniging Gereformeerd Onderwijs
Noordoost Nederland - VGPONN.
Gereformeerd onderwijs
In zijn algemeenheid kan gezegd worden dat het gereformeerde
onderwijs een kostbaar maar niet onaangevochten bezit is.
Dat is altijd zo geweest en dat is vandaag niet anders. In
een tijdperk van veel comfort en luxe is deze gedachte soms
wat wennen. Dat gereformeerd onderwijs niet vanzelfsprekend
is. Dat het een zaak is van tijd en aandacht, van gebed ook:
in de kerken en in de gezinnen. Dat het een zaak is van
overleg en volharding. Dat de gedane belofte aan het
doopvont niet vanzelf ingelost wordt. Dat het zaak is, om in
velerlei verstrooiïng en verwarring, helder koers te houden
op Hem die zijn belofte aan zijn kinderen gaf.
Gereformeerd en solidair
Tegenwoordig zijn de gereformeerde scholen verdeeld over
ongeveer vijftien grote schoolverenigingen. De grote
schoolverenigingen zijn medio de jaren ’90 opgericht vanuit
de gedachte dat gereformeerde scholen solidair zijn. Door
zich te verenigen in grote schoolverbanden, zouden de
scholen samen financiële tegenvallers kunnen dragen. Deze
schaalvergroting zou met name goed zijn voor de “kleintjes
in de formatie.” Ook de kleine scholen zouden een eigen en
veilige positie binnen het gereformeerde onderwijs kunnen
innemen. Deze schoolverenigingen werden vertegenwoordigd
door de Landelijke Vereniging van Gereformeerde Scholen, de
LVGS.
Rol LVGS 1
Helaas is van meet af aan spanning geweest over de rol van
de LVGS binnen de schaalvergroting. Dit kwam met name tot
uitdrukking in de zogenoemde ‘statutenkwestie’.
Het LVGS had onder leiding van de toenmalige directeur S.J.C.
Cnossen statuten geformuleerd voor de nieuwe grote
schoolverenigingen. Uit nadere bestudering bleek dat er een
hiaat was in de statuten. De zeggenschap van de ouders, over
de identiteit van het gereformeerde onderwijs, was niet
geregeld. Schoolverenigingen die het LVGS verzochten om de
statuten aan te vullen, werden echter afgewezen. Zij hebben
hiervoor zelf andere juridische expertise moeten inhuren
(1). Binnen het VGPONN werd nog in 2002 door leerkrachten
actie gevoerd over de zeggenschap van de ouders en werden de
statuten op dit punt aangevuld (2003). Immers: ‘De school is
van de ouders.’ Kortgezegd leek er sprake te zijn van een
heersende houding van het LVGS inzake de zeggenschap van de
ouders en hun bejegening van de schoolverenigingen.
Latent bleef de spanning over de rol van het LVGS aanwezig,
ook onder de opvolger van Cnossen, Harry Lamberink. In het
kader van de opdracht van het LVGS vonden de verenigingen
het niet nodig dat LVGS de salaris- en de financiële
administratie van de scholen onder zich had genomen. Dit
middels de constructie LVGS/Concent. Een vruchtbaar gesprek
over de koers en de identiteit van de scholen moest niet
onder druk staan van de financiële administratie en de
problemen waarmee dit gepaard kan gaan. LVGS en Concent
werden dan ook ontkoppeld.
Rol LVGS 2
In 2009 ontstond een verschil van inzicht tussen de
schoolverenigingen en het LVGS. De schoolverenigingen waren
van mening, dat in loop van jaren de contributie voor de
LVGS te hoog was geworden. Het probleem werd als nijpend
ervaren en schoolverenigingen overwogen ‘uit te stappen.’ Om
uit deze impasse te komen, werd unaniem besloten tot een
onderzoek door een commissie, onder voorzitterschap van de
oud-voorman van het GPV: G.J. Schutte. Dit rapport werd
gepresenteerd onder de titel: Gereformeerd onderwijs
bijeen. Een vernieuwde organisatie van het
gereformeerd onderwijs (2010).
Geen uitbreiding kantoor
Geconcludeerd werd dat er sprake was van een grotere
zelfredzaamheid van besturen en scholen. Dat maakte een
hernieuwde focus van de LVGS op de kerntaak mogelijk. Daarom
werd door de verenigingen een nieuwe structuur in het leven
geroepen: het LVGS-nieuwe stijl – een platform van
scholen. Een platform omdat de scholen de primaire
hoofdrolspelers zijn in de identiteit van het onderwijs.
“Alleen door een gemeenschappelijke inspanning van besturen
en scholen kan het gereformeerd onderwijs als richting
behouden en gewaarborgd worden.” Voor dit platform is de
LVGS-nieuwe stijl het aanspreekpunt. Tevens heeft de
LVGS-nieuwe stijl een belangrijke representatieve functie in
het politieke en maatschappelijke debat over de vrijheid van
onderwijs. Met als doel dat de richting als geheel erkend en
herkend wordt.
Het commissie-onderzoek maakte verder twee zaken helder,
waarop ook de aanbevelingen toegespitst werden. Ten eerste
was de contributielast relatief zwaar en waren de baten en
lasten niet met elkaar in evenwicht. En ten tweede diende op
basis van de kerntaak het bestaande kantoor van de LVGS te
halveren. Concreet betekende dit dat het kantoor van de LVGS
zou bestaan uit twee personen voorzien van secretariële
ondersteuning (2,5 fte). Het kantoor diende commerciële en
aanverwante activiteiten te beëindigen.
Gespreksleider VGPONN
Nadat Lamberink van het LVGS afscheid had genomen, werd hij
17 mei 2011 door het bestuur van VGPONN gevraagd als
gespreksleider van de Algemene Vergadering. Wat het bestuur
hiermee beoogde is onduidelijk. Immers op de Vergadering van
23 maart 2011 had het bestuur van VGPONN de Vergadering
geconfronteerd met grote ‘financiële problemen’ van VGPONN.
Uit deze presentatie moest de Vergadering wel concluderen
dat VGPONN op de rand van een faillissement stond. In een
dergelijke situatie lag het minder voor de hand, de hulp in
te roepen van een directeur van een vereniging, waarvan de
baten en lasten niet met elkaar in evenwicht waren.
Een nieuw kantoor
Begin 2012 werd de ex-directeur van het LVGS, Harry
Lamberink benoemt tot directeur van het VGPONN. Tijdens de
Vergadering van 15 februari 2012 werd hij geïntroduceerd
door het bestuur. Lamberink bracht tijdens de vergadering
het volgende nieuws naar voren: Het VGPONN kreeg een nieuw
kantoor in Noordhorn, de pakketten waren al aangekocht en
externe deskundigen aangetrokken. Echter, in 2007 was het
kantoor van VGPONN in Hoogezand gerenoveerd en uitgebreid.
De noodzaak van een uitbreiding van het bestaande kantoor
werd verder niet toegelicht, laat staan aangetoond. In de
verslaglegging van de vergadering staat vervolgens te lezen
dat VGPONN de eigen salaris- en financiële administratie
gaat regelen omdat Concent te duur zou zijn. Dit werd echter
niet onderbouwd. De basis van het nieuwe kantoor leek dan
ook te liggen in de ambitie van Lamberink – directeur te
zijn van een groot kantoor. Gezien de ‘financiële crisis’
binnen het VGPONN, wierp de oprichting van dit nieuwe
kantoor ook de dringende vraag op, waarvan dit kantoor
betaald wordt.
Gevolgen van de ‘financiële crisis’ VGPONN
Het bestuur van VGPONN confronteerde de Algemene
Vergadering in maart 2011 met ‘de financiële problemen’ van
VGPONN. Deze problemen deden de scholen ‘op de rand van een
faillissement’ staan. Tegelijkertijd presenteerde het
bestuur de - toen reeds - in werking gezette oplossing. Het
ging hier om een pakket van maatregelen.
Allereerst werden 5 directeuren ontslagen en verder een
onbekend groot aantal leekrachten. De 84 groepen van de
schoolvereniging VGPONN werden teruggebracht naar ongeveer
72 met als gevolg een zeer substantiële vergroting van de
groepen.
Uit de vele aanhoudende reacties van ouders op de
vergadering bleek dat zij het bestuur wilden ‘helpen.’ Er
werden acties gevoerd waarbij zelfs een regionale tv-zender
werd ingeroepen. Ook werd contact gezocht met Ministerie van
Onderwijs om helderheid en hulp te krijgen inzake het
‘faillissement’ van de VGPONN. Verder waren leerkrachten
bereid om ‘gratis’ te werken om ontstane knooppunten in de
organisatie op te lossen.
Ingeval van een kleine school als Mussel, ontstond de
situatie dat leerkrachten gedurende een aantal dagdelen, 4
groepen zouden moeten draaien. De ouders van deze school
toonden zich bereid om zelf de kosten te betalen voor een
‘extra’ leerkracht. Het bestuur wilde hier niet op ingaan.
Mussel bevond zich vervolgens in een onmogelijke positie,
namelijk wel kwaliteit te willen maar niet te mogen leveren,
wat erin resulteerde dat een heel aantal ouders hun kinderen
van school namen. Medio 2012 zal deze school dan ook sluiten.
De cijfers achter de financiële crisis van het VGPONN
Nadat op drie achtereenvolgende Algemene Vergaderingen,
het bestuur van VGONN werd verzocht om de stukken achter de
financiële crisis, werden deze door het bestuur vrijgegeven
(30 juni 2011). Uit de jaarrekening kunnen drie conclusies
worden getrokken.
Allereerst was er geen sprake van een financiële crisis,
laat staan van een ophanden zijnde faillissement. Wel werden
door de eerdere penningmeester van het VGPONN, Marnix
Holsappel (accountant RA) en zijn opvolger Bernard van Zwol
(accountant RA) aanzienlijke bedragen verkeerd op de balans
geplaatst.
Hieruit volgt dat de financiële crisis geen rechtvaardiging
vormt voor de maatregelen zoals het VGPONN in twee jaar
tijd in de regio doorvoert. ‘Dit probleem behoefde niet in
twee jaar maar kon in twee dagen opgelost worden.’
Verder volgt hieruit dat door de gehele wijze van
handelen door het bestuur van het VGPONN een vermogen
gereserveerd werd. Dit vermogen vloeit naar het nieuwe
kantoor in Noordhorn waarvoor inmiddels pakketten werden
ingekocht en deskundigen aangesteld.
Een nieuwe directeur en een nieuw kantoor
Er lijkt een opmerkelijk verband te zijn tussen het optreden
van Harry Lamberink binnen de LVGS en binnen het VGPONN. Wat
binnen het LVGS niet lukte, slaagde wel binnen de
schoolvereniging VGPONN. Namelijk de uitbreiding van een
kantoor ten koste van de scholen. In samenwerking met het
bestuur van VGPONN en op basis van een fictief failissement.
Er lijkt dan ook sprake te zijn van een ongekend bestuurlijk
egoïsme ten koste van het gereformeerde onderwijs.
Sita T. Bolt
Noten
1. S.T. Bolt, ‘Te veel macht in te weinig handen’, Nader
Bekeken 2002, p.142.
|