jaargang 6 - nummer 72 - 14 April 2012

 

Ex-directeur LVGS, Harry Lamberink – nieuwe directeur VGPONN

Begin 2012 werd een nieuwe directeur benoemd binnen het VGPONN. De directeur van het LVGS (voorheen), Harry Lamberink, werd benoemd tot de nieuwe directeur van VGPONN. Er is een opmerkelijk verband tussen het optreden van Lamberink binnen de LVGS en binnen het VGPONN. In het eerste gedeelte van dit artikel worden enkele algemene lijnen geschetst m.b.t. het gereformeerde onderwijs. In het tweede gedeelte wordt stilgestaan bij de ontwikkelingen binnen het Vereniging Gereformeerd Onderwijs Noordoost Nederland - VGPONN.
 

 In dit nummer

 Ex-directeur LVGS, Harry
 Lamberink – nieuwe directeur
 VGPONN


 

 


 

 Menu

 Vorige nummers

 Informatie

 Agenda

 Giften
 

Gereformeerd onderwijs
In zijn algemeenheid kan gezegd worden dat het gereformeerde onderwijs een kostbaar maar niet onaangevochten bezit is. Dat is altijd zo geweest en dat is vandaag niet anders. In een tijdperk van veel comfort en luxe is deze gedachte soms wat wennen. Dat gereformeerd onderwijs niet vanzelfsprekend is. Dat het een zaak is van tijd en aandacht, van gebed ook: in de kerken en in de gezinnen. Dat het een zaak is van overleg en volharding. Dat de gedane belofte aan het doopvont niet vanzelf ingelost wordt. Dat het zaak is, om in velerlei verstrooiïng en verwarring, helder koers te houden op Hem die zijn belofte aan zijn kinderen gaf. 

Gereformeerd en solidair
Tegenwoordig zijn de gereformeerde scholen verdeeld over ongeveer vijftien grote schoolverenigingen. De grote schoolverenigingen zijn medio de jaren ’90 opgericht vanuit de gedachte dat gereformeerde scholen solidair zijn. Door zich te verenigen in grote schoolverbanden, zouden de scholen samen financiële tegenvallers kunnen dragen. Deze schaalvergroting zou met name goed zijn voor de “kleintjes in de formatie.” Ook de kleine scholen zouden een eigen en veilige positie binnen het gereformeerde onderwijs kunnen innemen. Deze schoolverenigingen werden vertegenwoordigd door de Landelijke Vereniging van Gereformeerde Scholen, de LVGS.

Rol LVGS 1
Helaas is van meet af aan spanning geweest over de rol van de LVGS binnen de schaalvergroting. Dit kwam met name tot uitdrukking in de zogenoemde ‘statutenkwestie’.
Het LVGS had onder leiding van de toenmalige directeur S.J.C. Cnossen statuten geformuleerd voor de nieuwe grote schoolverenigingen. Uit nadere bestudering bleek dat er  een hiaat was in de statuten. De zeggenschap van de ouders, over de identiteit van het gereformeerde onderwijs, was niet geregeld. Schoolverenigingen die het LVGS verzochten om de statuten aan te vullen, werden echter  afgewezen. Zij hebben hiervoor zelf andere juridische expertise moeten inhuren (1). Binnen het VGPONN werd nog in 2002 door leerkrachten actie gevoerd over de zeggenschap van de ouders en werden de statuten op dit punt aangevuld (2003). Immers: ‘De school is van de ouders.’ Kortgezegd leek er sprake te zijn van een heersende houding van het LVGS inzake de zeggenschap van de ouders en hun bejegening van de schoolverenigingen.

Latent bleef de spanning over de rol van het LVGS aanwezig, ook onder de opvolger van Cnossen, Harry Lamberink. In het kader van de opdracht van het LVGS vonden de verenigingen het niet nodig dat LVGS  de salaris- en de financiële administratie van de scholen onder zich had genomen. Dit middels de constructie LVGS/Concent. Een vruchtbaar gesprek over de koers en de identiteit van de scholen moest niet onder druk staan van de financiële administratie en de problemen waarmee dit gepaard kan gaan. LVGS en Concent werden dan ook ontkoppeld.

Rol LVGS 2
In 2009 ontstond een verschil van inzicht tussen de schoolverenigingen en het LVGS. De schoolverenigingen waren van mening, dat in loop van jaren de contributie voor de LVGS te hoog was geworden. Het probleem werd als nijpend ervaren en schoolverenigingen overwogen ‘uit te stappen.’ Om uit deze impasse te komen, werd unaniem besloten tot een onderzoek door een commissie, onder voorzitterschap van de oud-voorman van het GPV: G.J. Schutte. Dit rapport werd gepresenteerd onder de titel: Gereformeerd onderwijs bijeen. Een vernieuwde organisatie van het gereformeerd onderwijs (2010).

Geen uitbreiding kantoor  
Geconcludeerd werd dat er sprake was van een grotere zelfredzaamheid van besturen en scholen. Dat maakte een hernieuwde focus van de LVGS op de kerntaak mogelijk. Daarom werd door de verenigingen een nieuwe structuur in het leven geroepen: het LVGS-nieuwe stijl – een platform van scholen. Een platform omdat de scholen de primaire hoofdrolspelers zijn in de identiteit van het onderwijs. “Alleen door een gemeenschappelijke inspanning van besturen en scholen kan het gereformeerd onderwijs als richting behouden en gewaarborgd worden.” Voor dit platform is de LVGS-nieuwe stijl het aanspreekpunt. Tevens heeft de LVGS-nieuwe stijl een belangrijke representatieve functie in het politieke en maatschappelijke debat over de vrijheid van onderwijs. Met als doel dat de richting als geheel erkend en herkend wordt.

Het commissie-onderzoek maakte verder twee zaken helder, waarop ook de aanbevelingen toegespitst werden. Ten eerste was de contributielast relatief zwaar en waren de baten en lasten niet met elkaar in evenwicht. En ten tweede diende op basis van de kerntaak het bestaande kantoor van de LVGS te halveren. Concreet betekende dit dat het kantoor van de LVGS zou bestaan uit twee personen voorzien van secretariële ondersteuning (2,5 fte). Het  kantoor diende commerciële en aanverwante activiteiten te beëindigen.   

Gespreksleider VGPONN
Nadat Lamberink van het LVGS afscheid had genomen, werd hij 17 mei 2011 door het bestuur van VGPONN gevraagd als gespreksleider van de Algemene Vergadering. Wat het bestuur hiermee beoogde is onduidelijk. Immers op de Vergadering van 23 maart 2011 had het bestuur van VGPONN de Vergadering geconfronteerd met grote ‘financiële problemen’ van VGPONN. Uit deze presentatie moest de Vergadering wel concluderen dat VGPONN op de rand van een faillissement stond. In een dergelijke situatie lag het minder voor de hand, de hulp in te roepen van een directeur van een vereniging, waarvan de baten en lasten niet met elkaar in evenwicht waren.

Een nieuw kantoor
Begin 2012 werd de ex-directeur van het LVGS, Harry Lamberink benoemt tot directeur van het VGPONN. Tijdens de Vergadering van 15 februari 2012 werd hij geïntroduceerd door het bestuur. Lamberink bracht tijdens de vergadering het volgende nieuws naar voren: Het VGPONN kreeg een nieuw kantoor in Noordhorn, de pakketten waren al aangekocht en externe deskundigen aangetrokken. Echter, in 2007 was het kantoor van VGPONN in Hoogezand gerenoveerd en uitgebreid. De noodzaak van een uitbreiding van het bestaande kantoor werd verder niet toegelicht, laat staan aangetoond. In de verslaglegging van de vergadering staat vervolgens te lezen dat VGPONN de eigen salaris- en financiële administratie gaat regelen omdat Concent te duur zou zijn. Dit werd echter niet onderbouwd. De basis van het nieuwe kantoor leek dan ook te liggen in de ambitie van Lamberink – directeur te zijn van een groot kantoor. Gezien de ‘financiële crisis’ binnen het VGPONN, wierp de oprichting van dit nieuwe kantoor ook de dringende vraag op, waarvan dit kantoor betaald wordt.

Gevolgen van de ‘financiële crisis’ VGPONN
Het bestuur van VGPONN confronteerde de Algemene Vergadering in maart 2011 met ‘de financiële problemen’ van VGPONN. Deze problemen deden de scholen  ‘op de rand van een faillissement’ staan. Tegelijkertijd presenteerde het bestuur de - toen reeds - in werking gezette oplossing. Het ging hier om een pakket van maatregelen.

Allereerst werden 5 directeuren ontslagen en verder een onbekend groot aantal leekrachten. De 84 groepen van de schoolvereniging VGPONN werden teruggebracht naar ongeveer 72 met als gevolg een zeer substantiële vergroting van de groepen.        

Uit de vele aanhoudende reacties van ouders op de vergadering bleek dat zij het bestuur wilden ‘helpen.’ Er werden acties gevoerd waarbij zelfs een regionale tv-zender werd ingeroepen. Ook werd contact gezocht met Ministerie van Onderwijs om helderheid en hulp te krijgen inzake het ‘faillissement’ van de VGPONN. Verder waren leerkrachten bereid om ‘gratis’ te werken om ontstane knooppunten in de organisatie op te lossen.

Ingeval van een kleine school als Mussel, ontstond de situatie dat leerkrachten gedurende een aantal dagdelen, 4 groepen zouden moeten draaien. De ouders van deze school toonden zich bereid om zelf de kosten te betalen voor een ‘extra’ leerkracht. Het bestuur wilde hier niet op ingaan. Mussel bevond zich vervolgens in een onmogelijke positie, namelijk wel kwaliteit te willen maar niet te mogen leveren, wat erin resulteerde dat een heel aantal ouders hun kinderen van school namen. Medio 2012 zal deze school dan ook sluiten.

De cijfers achter de financiële crisis van het VGPONN
Nadat op drie achtereenvolgende Algemene Vergaderingen, het bestuur van VGONN werd  verzocht om de stukken achter de financiële crisis, werden deze door het bestuur vrijgegeven  (30 juni 2011). Uit de jaarrekening kunnen drie conclusies worden getrokken.

Allereerst was er geen sprake van een financiële crisis, laat staan van een ophanden zijnde faillissement. Wel werden door de eerdere penningmeester van het VGPONN, Marnix Holsappel (accountant RA) en zijn opvolger Bernard van Zwol (accountant RA) aanzienlijke bedragen verkeerd op de balans geplaatst.

Hieruit volgt dat de financiële crisis geen rechtvaardiging vormt voor de maatregelen zoals het VGPONN  in twee jaar tijd in de regio doorvoert. ‘Dit probleem behoefde niet in twee jaar maar kon in twee dagen opgelost worden.’  

Verder volgt hieruit dat door de gehele wijze van handelen door het bestuur van het VGPONN een vermogen gereserveerd werd. Dit vermogen vloeit naar het nieuwe kantoor in Noordhorn waarvoor inmiddels pakketten werden ingekocht en deskundigen aangesteld.

Een nieuwe directeur en een nieuw kantoor
Er lijkt een opmerkelijk verband te zijn tussen het optreden van Harry Lamberink binnen de LVGS en binnen het VGPONN. Wat binnen het LVGS niet lukte, slaagde wel binnen de schoolvereniging VGPONN. Namelijk de uitbreiding van een kantoor ten koste van de scholen. In samenwerking met het bestuur van VGPONN en op basis van een fictief failissement. Er lijkt dan ook sprake te zijn van een ongekend bestuurlijk egoïsme ten koste van het gereformeerde onderwijs.

Sita T. Bolt


Noten
1. S.T. Bolt, ‘Te veel macht in te weinig handen’, Nader Bekeken 2002, p.142.